Bond tegen het vloeken dient klaagschrift in tegen weigering strafvervolging
OM: Jezus als aangelijnde hond geen strafbaar feit
De Bond tegen het vloeken is in verzet gegaan bij het gerechtshof tegen het oordeel van het OM dat in het RVU-programma ‘God bestaat niet’ (2005) geen strafbaar feit wordt gepleegd. De aangifte was met name gericht tegen de ‘bumperfilmpjes’, waarin Jezus Christus wordt getoond, aangelijnd als een hond.
De officier van justitie stelt dat het gebruik van de Christusfiguur slechts symbolisch is ter aanduiding van het christelijk geloof. Hij geeft aan dat niet vastgesteld kan worden dat sprake is van verachtende en honende godslastering.
Kader
Volgens de Bond tegen het vloeken is hier echter duidelijk sprake van. Het blijkt temeer uit het kader waarin de bumperfilmpjes en de uitzending als geheel staan. De serie heeft een aureool van wetenschappelijkheid. In deze context is een titel als ‘God bestaat niet’ op zichzelf al provocerend.

Gif en aangelijnde hond
Programmamaker Rob Muntz spreekt in de inleiding over ‘gelovigen die overal ter wereld in staat gesteld worden hun kinderen te vergiftigen met hun mentaliteit en overtuiging via de opvoeding en scholing’. Het meest vergaande voorbeeld dat heeft bewogen tot de aangifte, is een bumperfilmpje waarin onder meer twee mensen te zien zijn die beiden een mens uitlaten alsof het een hond is. “Die ‘hond’ ziet eruit als Jezus Christus,” aldus de officier van justitie.

Klaagschrift: “Het beeld van een aangelijnde dus machteloze hond en het beeld van vergif, waarvan ieder de definitie kent, laat geen andere conclusie toe dan dat men inderdaad subjectief bedoeld heeft om zich beledigend en kwetsend uit te laten over de godsdienstige overtuiging en gevoelens van gelovigen. (...) Men kan dan wel zeggen achteraf, dat men eigenlijk iets anders had bedoeld, doch dit doet niet ter zake. Het gaat erom, hoe een gemiddelde kijker de afbeeldingen interpreteert.”
‘Gaat niet om lange tenen’
Voor een christen is Jezus Christus de belangrijkste Persoon die er is. Men mag ervan uit gaan dat de programmamakers hiervan op de hoogte zijn. Gelovigen hebben een diepe eerbied voor Hem. Daarom raakt deze schaamteloze godslastering hen diep. Het gaat kortweg niet om lange tenen, maar om Gods eer.
Relevantie wetsartikel
Het feit dat het wetsartikel tegen smalende godslastering op dit moment in de politieke belangstelling staat, roept temeer de noodzaak op dat de relevantie van dit artikel in voorkomende gevallen wordt aangetoond. De klacht berust ook op artikel 137 dat belediging op grond van onder andere geloof, seksuele geaardheid, geslacht, en afkomst verbiedt. Er is geen enkele reden of aanleiding om deze betrokken strafbepalingen hun werking te ontnemen, zodra het over zaken gaat, die de religie betreffen en dan immers juist per definitie de diepste gevoelens en overtuiging van mensen raken.
Kamervragen
SGP Tweede Kamerlid Kees van der Staaij heeft op 23 april jl. Kamervragen gesteld aan de minister van Justitie over onder meer deze kwestie. Hij stelde de vraag of de minister het aanvaardbaar vindt dat pas twee-en-een-half jaar na de aangifte een beslissing wordt genomen. Ook vroeg hij of hij met de SGP van mening is dat de scherpe eisen die in de jurisprudentie aan de strafbaarheid van het artikel tegen smalende godslastering worden gesteld, een uitholling van de strafbaarstelling is.
_________________________________________________________________________________
De aangifte, de reactie van het OM en het klaagschrift kunt u vinden onder Downloads Zie voor informatie over de serie 'God bestaat niet'  de website van de RVU.

Graag geven wij u meer informatie. U kunt contact opnemen met de heer mr.drs. J.P. de Man, die het klaagschrift geschreven heeft. Hij is advocaat/procureur en bestuurslid van de Bond tegen het vloeken. Tel: 073-5213316 , e-mail: j.p.deman@planet.nl
Contact met kantoor Bond tegen het vloeken:
Peter Smit (voorlichter) of Rijk van de Poll (directeur), tel: 0318 – 512002, e-mail: info@bondtegenvloeken.nl

#

Bekijk De christen- en moslimhonden
 

ACTUEEL!

Blasfemie in RVU-serie 'God bestaat niet' (2005)

Bond tegen het vloeken dient klaagschrift in

Stukken:
http://www.webkey2.nl/btv/images2/Aangifte tegen RVU 1.jpg Aangifte tegen RVU pag 1.jpg
http://www.webkey2.nl/btv/images2/Aangifte tegen RVU 2.jpg Aangifte tegen RVU pag 2.jpg
http://www.webkey2.nl/btv/images2/Reactie op aangifte RVU 1.jpg Reactie OM op aangifte RVU pag 1.jpg
http://www.webkey2.nl/btv/images2/Reactie op aangifte RVU 2.jpg Reactie OM op aangifte RVU pag 2.jpg
http://www.webkey2.nl/btv/images2/Reactie op aangifte RVU 3.jpg Reactie OM op aangifte RVU pag 3.jpg
http://www.webkey2.nl/btv/images2/Klaagschrift.doc Klaagschrift.doc

 

http://www.bondtegenvloeken.nl/index.php?nieuwsID=451&paginaID=2

http://www.bondtegenvloeken.nl/index.php?paginaID=15

 

NU.nl
Bond eist vervolging RVU om godslastering
Uitgegeven: 28 april 2008 17:36

AMSTERDAM - De Bond tegen het vloeken legt zich niet neer bij het besluit van het Openbaar Ministerie om de omroep RVU niet te vervolgen.
ANP
De organisatie deed in 2005 aangifte naar aanleiding van een uitzending van het televisieprogramma God Bestaat Niet, waarin iemand werd afgebeeld als Jezus, aangelijnd als een hond.
De bond meldt maandag dat een klaagschrift te hebben ingediend bij het gerechtshof in Amsterdam. Het hof kan het OM dwingen de RVU alsnog te vervolgen.
Symbolisch
Het OM in Amsterdam liet de bond in januari al weten dat het gebruik van de Christusfiguur in de ogen van justitie alleen symbolisch is, ter aanduiding van het christelijk geloof, en dat geen sprake is van 'honende of verachtende' godslastering. De Bond tegen het vloeken kan zich hierin niet vinden. "Men kan dan wel zeggen achteraf, dat men eigenlijk iets anders had bedoeld, doch dit doet niet ter zake. Het gaat erom, hoe een gemiddelde kijker de afbeeldingen interpreteert", schrijft de bond in het klaagschrift.
Verboden
God Bestaat Niet was een programma van Jan Paul de Wint en Rob Muntz. Het ongenoegen van de bond spitste zich toe op de zogeheten bumperfilmpjes, waarin iemand de rol van Jezus vertolkte. Over de interviews in de uitzendingen had de bond geen klachten. Eerder wilden de SGP en ChristenUnie al dat de uitzending van de filmpjes werd verboden.
Misleiding
De Amsterdamse Nicolaaskerk spande een kort geding aan om de uitzending te verbieden. De programmamakers hadden beelden van het interieur van de kerk gemaakt om te gebruiken voor het programma, maar het kerkbestuur sprak van misleiding en zei nooit op de hoogte te zijn gesteld van de inhoud van de uitzending. De rechter wees deze klacht af.
ZIE OOK:


08/06/2005

SGP en ChristenUnie eisen aanpak tv-uitzending

(c) Novum


#

#

#

#


Mr. Drs. J.P. de Man
advocaat & procureur
_________________

 

 

 

KLAAGSCHRIFT
ingevolge art. 12 Wetboek van Strafvordering

 

                                                                        Aan het Gerechtshof
                                                                        te
                                                                        AMSTERDAM

 

 

Geeft eerbiedig te kennen :
De rechtspersoonlijkheid bezittende stichting "Stichting Bond tegen het Schenden van Gods Heilige Naam", gevestigd en kantoorhoudende te Veenendaal, te dezer zake domicilie kiezende te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, aan de Jagersbosstraat 8, (postbus 181, 5240 AD  Rosmalen), ten kantore van de advocaat & procureur Mr. Drs. J.P. de Man, die door klaagster ten deze tot gemachtigde wordt gesteld, alsmede ter griffie van het gerechtshof te Amsterdam, aan de Prinsengracht 436, het gekozen domicilie van de gemachtigde voornoemd.

Bij brief van 21 juni 2005 heeft klaagster bij het openbaar ministerie te Amsterdam aangifte gedaan tegen de omroep RVU naar aanleiding van het in juni 2005 uitgezonden tv-programma "God bestaat niet". Deze aangifte was mede gericht tegen de programmamakers, met name de heer R. Muntz.

De aangifte is gedaan op grond van art. 147 en 147a Wetboek van Strafrecht, alsmede art. 137 e Wetboek van Strafrecht.

De aangifte was met name gericht tegen de "bumperfilmpjes", hetgeen niet wegneemt, dat gehele programma als zodanig mede voorwerp vormde voor de aanklacht.

De officier van justitie te Amsterdam heeft aan de aangifte geen gevolg gegeven en te kennen gegeven, dat hij niet tot vervolging wenst over te gaan.

Klaagster legt hierbij over een kopie van het schrijven van de officier van justitie te Amsterdam d.d. 18 januari 2008 (prod.)

De officier geeft als argumentatie voor zijn weigering het volgende aan : "Samenvattend kom ik op grond van het bovenstaande tot de conclusie dat in het programma "God bestaat niet" geen strafbaar feit wordt gepleegd en zal ik derhalve geen strafvervolging tegen de RVU of de heer Muntz aanvangen".

Ter onderbouwing van deze conclusie voert de officier voormeld het volgende aan zoals vermeld op de 2de pagina van zijn schrijven in het midden : "Niet is vastgesteld dat sprake is van een honende dan wel verachtende, Godslasterlijke vorm. Het gebruik van de Christusfiguur is in casu slechts symbolisch ter aanduiding van het Christelijk geloof en het getoonde tafereel dient kennelijk ter verduidelijking van het thema c.q. de thema's. Niet vastgesteld kan worden dat God wordt beschimpt of gehoond dan wel dat op enigerlei wijze uiting wordt gegeven aan verachting voor God".

Klaagster kan dit oordeel niet onderschrijven of accepteren. Naar het oordeel van klaagster is er nu juist wel degelijk sprake van verachtende en honende Godslastering. Zulks blijkt temeer uit het kader, waarin de bumperfilmpjes en de uitzending als geheel staan. Op zichzelf al is de titel van de uitzending "God bestaat niet" zodanig provocerend, dat dit voor het gelovige deel van ons volk om die reden al kwetsend moet worden geacht.

De uitzending c.q. de uitzendingen zijn bedoeld als een wetenschappelijke presentatie, welke gedekt wordt door de naam "Radio Volks Universiteit". Het wordt bedoeld als een wetenschappelijke onderrichting van het volk. Als zodanig diende er zorgvuldigheid te worden betracht bij het kiezen van de bewoordingen. Men had dienaangaande kunnen volstaan met hooguit het gezegde te lanceren, dat niemand wetenschappelijk kan bewijzen dat God bestaat, waaraan dan onmiddellijk het tegenovergestelde kan worden verbonden, dat evenmin kan worden bewezen, dat God niet bestaat. Nu wendt men zich tot de luisteraars en kijkers met het aureool van wetenschappelijkheid, waarbij men op voorhand de conclusie vooruitzendt en deze als provocerende titel voor de uitzending gebruikt : "God bestaat niet".

Men dient zich te realiseren, dat een dergelijke statement voor velen, die in God geloven (en dat zijn er bepaald meer dan die expliciet tot een kerk behoren) scherp en overrompelend overkomen. Dit geldt temeer nu het kijkerspubliek eenvoudige mensen bevat, die bij het horen en zien van een en ander niet zo gauw weten wat ze moeten denken, zeggen of doen. Zulks leidt bij veel mensen tot innerlijke geestelijke ontreddering. Van intellectuele programmamakers mag worden verwacht, dat zij zich dat realiseren.

De gekozen titel kan dan ook niet anders geacht worden dan met opzet te zijn gekozen om deze geestelijke ontreddering bij mensen teweeg te brengen.

Een en ander valt dan ook haarscherp onder de definitie van art. 147 lid 1 Strafrecht : "Hij die zich in het openbaar, om mondeling …… door smalende Godslasteringen op voor Godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat".

Dit wordt nog versterkt door een of andere van de bumperfilmpjes die aan de uitzending verbonden waren. Wat het meest vergaande filmpje betreft, kan men er toch niet omheen, dat hier sprake is van een aangelijnde hond, die er uitziet als Jezus Christus. Als intellectuele programmamakers weet men, althans behoort men te weten, hoe groot en dierbaar voor een Christen de persoon van Jezus Christus is. Dat betekent, dat iedere insinuatie jegens Christus absoluut ontoelaatbaar is. Men kan dan wel zeggen achteraf, dat men eigenlijk iets anders had bedoeld, doch dit doet niet ter zake. Het gaat erom, wat normaal gesproken een kijker of luisteraar ziet bij deze afbeeldingen. Temeer nog daar het gaat om een aangelijnde hond, waarmee de suggestie wordt gewekt, dat Christus toch een machteloos fenomeen zou zijn, die aan de leiband loopt. Het gaat niet aan om dit achteraf te rechtvaardigen door te memoreren, wat men er wellicht mee bedoeld zou hebben, doch het gaat erom wat een normale gemiddelde kijker / luisteraar daarin ziet c.q. hoort. En dat kan niet anders zijn dan een blasfemische insinuering.

In dit kader wordt het provocerende, derhalve het smalende van de uitlatingen en van de gehele uitzending nog bevestigd door de woorden door de heer Muntz gesproken in zijn inleiding op de uitzending. De heer Muntz spreekt daar onder meer de volgende zin uit : "Gelovigen worden overal ter wereld in staat gesteld hun kinderen te vergiftigen (!!) met hun mentaliteit en overtuiging via de opvoeding en scholing". Deze uitspraak kan, zeker in het betrokken verband, niet anders uitgelegd worden dan als volgt : Het overdragen van het geloof (de overtuiging) op de kinderen (leerlingen) is een vorm van vergiftiging. Dus wordt hier met zoveel woorden gesteld, dat het geloof en de geloofsinhoud voor de bevolking vergif zou zijn.

Deze opzet van het geheel is kwetsend, smalend, want provocerend. De opzet van een en ander is hiermee ook op zich reeds gegeven.

Ten onrechte heeft de officier van justitie te Amsterdam blijkens zijn schrijven d.d. 18 januari 2008 dit alles over het hoofd gezien, althans dit niet op zijn negatieve waarde geschat. De officier heeft ten onrechte daarom geoordeeld, dat in casu geen sprake zou zijn van strafbaar handelen. De officier Mr. P. Velleman schrijft op pagina 2 van zijn brief : "Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot smalende Godslastering komt naar voren, dat noodzakelijk voor strafbaarheid is een honende dan wel verachtende Godslasterlijke vorm. Daarnaast moet de subjectieve bedoeling bewezen worden om (op enigerlei wijze) uiting te geven aan de verachting voor God".

Welnu, wanneer men de bovenstaande aspecten van de uitzending op zich in laat werken rest slechts de conclusie dat aan dit vereiste van de Hoge Raad in casu geheel is voldaan. Wanneer de geloofsovertuiging c.q. de geloofsinhoud met vergif wordt vergeleken, ja zelfs vergif wordt genoemd, dan weet iedereen wat men hiermee bedoelt. Dit kan niet anders worden uitgelegd als een honende vorm van benadering van de overtuiging van gelovigen, van mensen die God en de bijbel hoogachten. Bewezen moet worden de subjectieve bedoeling om op enigerlei wijze uiting te geven aan de verachting voor God. Deze subjectieve bedoeling kan echter slechts worden afgelezen aan geobjectiveerde benamingen c.q. uitdrukkingen. Welnu, het beeld van een aangelijnde dus machteloze hond en het beeld van vergif, waarvan ieder de definitie kent, laat geen andere conclusie toe dan dat men inderdaad subjectief bedoeld heeft om zich beledigend en kwetsend uit te laten over de overtuiging en gevoelens van mensen met betrekking tot alles wat met God en geloof te maken heeft.

De klacht tegen de RVU alsmede (indien en voor zover nodig) ook tegen de individuele programmakers (Muntz) had dan ook wel degelijk geëffectueerd moeten worden door het Amsterdamse openbaar ministerie. Ten onrechte is niet tot vervolging overgegaan. Klaagster kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat hier sprake is van een vooropgezet besluit, dat naar aanleiding van een klacht als de onderhavige zondermeer van vervolging zal worden afgezien, waarbij dan bij het analyseren van de feiten uiterst selectief tewerk wordt gegaan. Salva reverentia wijst klaagster in dat verband er met name ook op, dat de klacht om precies te zijn 2 jaar en 7 maanden is blijven liggen alvorens hierop jegens klaagster werd gereageerd. Bij klaagster kan daardoor de overtuiging ontstaan, dat de strekking van de klacht niet geheel wordt doorzien.

Het feit, dat het bewuste art. 147 en 147 a op dit moment in de politieke belangstelling staan, roept temeer de noodzaak op dat de relevantie van deze artikelen in voorkomende gevallen wordt aangetoond.

Zoals aangegeven berust overigens de klacht niet alleen op art. 147 en 147 a, doch eveneens op art. 137 e van het Wetboek van Strafecht. Er is geen enkele reden of aanleiding om deze betrokken strafbepalingen hun werking te ontnemen, zodra het over zaken gaat, die de religie betreffen en dan immers juist per definitie de diepste gevoelens en overtuiging van mensen raken.

Klaagster verzoekt dan ook uw hof om het besluit van het openbaar ministerie om niet tot vervolging over te gaan, zoals dit is neergelegd in de brief van 18 januari 2008 te vernietigen althans te heroverwegen en te gelasten dat de officier van justitie bij de rechtbank te Amsterdam alsnog dient over te gaan tot vervolging van de RVU met de betrokken programmamakers zoals door klaagster gevraagd in haar brief van 21 juni 2005.

 

Rosmalen,   15 april 2008                              
                                                                        't Welk doende enz.

                                                                        Mr. Drs. J.P. de Man,
                                                                        gemachtigde