Man januari 1999

Op zoek naar de totale ontluistering

Door Hans van Willegenburg

Rob Muntz en Paul Jan van de Wint maken televisie op het scherpst van de snede. In de rubriek De Commerciële Medewerker van VPRO's Waskracht! tarten zij telkens opnieuw de grenzen van humor, ranzigheid en brutaliteit. 'Het publiek kan intussen álles hebben en dus zijn we op zoek naar de laatste grens. Wij doen het niet voor minder dan de totale ontluistering.' Zelfs de VPRO krabt achter zijn oren.

Al een paar jaar lijkt het erop alsof de televisie uit louter herhalingen bestaat. Niet alleen is het aantal herhalingen door recente verschijnselen als ochtend-, middag- en nachttelevisie letterlijk omhoog geschroefd, ook de zogenaamd nieuwe programma's die de omroepen in de avond programmeren zijn negen van de tien keer klonen van eerdere (en vaak betere) succesprogramma's. Zelfs een alom erkende vernieuwer als Paul de Leeuw is zo langzamerhand in een voorspelbare kadans terechtgekomen, hetgeen niet verwonderlijk is als je, zoals hij, drie Laat de Leeuw's per week maakt. Televisie is een genadeloos medium. Artiesten, cabaretiers en presentatoren die het ene seizoen nog scherp zijn en de sterren van de hemel spelen, kunnen een volgend seizoen ineens vermoeid, ongeïnspireerd en voorspelbaar ogen. Misschien bleef ik juist wel daarom ? altijd zoekend naar frisse, nieuwe initiatieven ? steken bij een splinternieuw televisiegezicht dat mij, vanachter het hoofd van de geïnterviewde, guitig en ongegeneerd zat toe te grijnzen: het gezicht van VPRO's 'commerciële medewerker' Rob Muntz. 'Splinternieuw gezicht' is in het geval Muntz trouwens een vreemde kwalificatie, want zijn grof geboetseerde gelaat vertoont grote gelijkenis met dat van sterverslaggever Willi-brord Frequin. Toch was binnen enkele seconden duidelijk dat Muntz niet-alledaags bezig was; hier voltooide iemand op ongekend brute wijze de laatste fase van het televisie-interview waarin niet langer de illusie wordt gewekt dat er sprake is van oprechte nieuwsgierigheid of een serieus gesprek, maar van een showman (Muntz) die er alles aan doet zijn gesprekspartner uit balans te krijgen en als het even kan finaal te ontmaskeren. 'Wij willen helemaal geen kritische interviews maken,' zegt Rob Muntz in een druk café op het KNSM-eiland in Amsterdam. 'Zelfs het meest kritische televisie-interview is een vorm van publiciteitsgeil knuffelen geworden. Daarin gebeurt niks méér dan dat twee mensen zichzelf ontzettend interessant vinden. Dood-aaie televisie, dus.' 'Rob is op z'n zachtst gezegd een provoce-rende verschijning,' glimlacht regisseur Paul Jan van de Wint. 'Hij heeft het talent om mensen van hun stuk te brengen. Als hij ergens binnenkomt, gebeurt er altijd wat. Ik ken hem al lang en heb altijd een veelbelovend ongeleid projectiel in hem gezien. Iemand die voortdurend interessante, pijnlijke en hilarische situa-ies laat ontstaan. Als De Commerciële Medewerker van de VPRO valt hij nu precies op z'n plaats. Die rol is op zijn lijf geschreven. Voor mij achter de camera is het echt smullen geblazen wanneer hij de remmen losgooit.' Hoe ver Muntz durft te gaan, bleek in zijn interview met Oibibio-baas Ronald-Jan Heijn. Terwijl Heijn op zijn bekende, onverstoorbare wijze de zegeningen van de innerlijke balans besprak, schoof de hand van Muntz verliefd over Heijns haardos, rug, schouders en arm, zogenaamd bedwelmd door de intie-me, aanrakerige sfeer van het spirituele centrum. Onderwijl stelde hij provocerende vragen als 'Hoe komt het dat je gescheiden bent?', 'Waarom denk je dat je kinderen jou gekozen hebben?' (Heijn beweert namelijk dat elk kind zijn ouders kiest, HvW) en 'Wat doet een sigaretten-automaat in een spiritueel centrum?'. Niet alleen tijdens de opnamen waren er wederzijdse spanningen en irritaties (Heijn wilde verschillende keren kappen met filmen), ook na de uitzending woedde de oorlog door. Het duo ontving een brief waarin Heijns advocaat bezwaar aantekende tegen de inleidende woorden van Muntz: 'U kent ze wel. Mensen die persoonlijke groei halen uit het feit dat hun vader door het achterhoofd is geschoten. Ronald Jan Heijn is er zo een. Ondertussen laat hij zijn personeel ook een persoonlijke groei doormaken, door ze binnen een jaar weer op straat te zetten.' Door de hoge inzet, frontale ontmaskering, en de verbeten manier waarop dat doel wordt nagejaagd, komen de items van De Commerciële Medewerker vrijwel voortdurend onderhandelend tot stand. Niet alleen de geïnterviewden of geportretteerden voelen regelmatig nattigheid en komen in het geweer, ook de redacteuren van het programma Waskracht! vinden Muntz en Van de Wint maar zo zo. 'Men vindt ons te plat, te ordinair en te richtingloos,' zegt Van de Wint. 'Maar de grap is nou juist dat we dat met opzet zijn! Een rationeel debat met hoor en wederhoor waarin je iets aan de kaak wil stellen, wérkt niet op televisie. Dat zou de VPRO natuurlijk dolgraag willen, maar in de verhitte concurrentiestrijd van nu komt deze waarheid glashard bovendrijven. Tweehonderdduizend kijkers, dat is het plafond van zulke programma's. De VPRO voelt dat inmiddels en is bang voor de gevolgen. Dus nu de jacht op de kijkcijfers is geopend, krijgen wij de ruimte om onze grenzen op te zoeken. En die ruimte willen we maximaal benutten.'
Muntz: 'Denk even na. Ons item heet niet voor niets De Commerciële Medewerker! Wij maken gebruik van alle vuige technieken die de commerciële televisie ook gebruikt. Wat Willibrord Frequin met Emily en zijn andere slachtoffers doet, namelijk schofterig aanranden met een camera, dat doen wij ook ? maar dan met Willibrord zèlf, begrijp je? Wij gaan er in feite overhéén!' Voor degenen die het niet gezien hebben: in drie afleveringen ging Muntz à la Frequin in de achtervolging op de gelijknamige verslaggever annex showmaster. En belde hij bij nacht en ontij diens hele buurt wakker om maar een glimp van zijn slachtoffer op te vangen, hetgeen hem na een bizarre confrontatie met Frequins vrouw (in de deuropening met krulspelden nog in) in aflevering drie uiteindelijk, voor de ingang van het Veronica-gebouw, bij Frequin zelf bracht. De ex-KRO, ex-RTL en thans SBS-verslaggever kon de humor van Muntz' imitatie niet echt inzien. En scheen na de uitzending zwaar aangeslagen te zijn. 'Wij hebben die man met zijn eigen middelen bestreden,' zegt Van de Wint. 'Maar wij gebruiken die overvaltechniek niet ? zoals de commerciëlen ? voor sensatie of om te shockeren. Nee, wij wilden die Frequin kansloos ten onder laten gaan in zijn eigen smurrie.' De notabelen in omroepland zijn gewaarschuwd. Muntz: 'De blikken die ik van Hanneke Groenteman krijg toegeworpen, liegen er niet om. Die kijkt me in de kantine heel gemeen aan.' Wat het duo nog ver kan brengen en hen beschermt tegen de eerste ladingen van kritiek, is de unieke combinatie van ervaring die ze in de televisiewereld reeds hebben opgedaan. Muntz: 'Zeven jaar geleden kwam ik terug van een wereldreis en wist ik eigenlijk niet precies wat ik ging doen. Ik had in valse aandelen gezeten, op de markt snijmachines verkocht en nog veel meer van dat soort baantjes. Op een dag belde een vrien-din op of ik voor een kinderfilm het verkeer wilde tegenhouden. Nou, dat werd een belangrijke ommekeer in mijn leven. Ik dacht: dit is 't! En ik rolde vanzelf in het productiewerk. Heel leuk om te doen. Kreeg je bijvoorbeeld de opdracht om binnen een paar uur zus en zo'n biljart te regelen. En na veel bellen lukte me dat dan. Dan was ik apetrots! Kijk, daar staat mijn biljart, dacht ik als ik de film later zag. Van daaruit ben ik in het redactionele werk terechtgekomen. Ik heb in de redactie gezeten van programma's als Catherine, Rad van Fortuin en De Hunkering van Theo van Gogh.' Met andere woorden: Muntz is gepokt en gemazeld in het wereldje van de commerciële televisie en mag zich bij de VPRO dus met recht De Commerciële Medewerker noemen. Vormt die periode misschien ook de bron van zijn cynisme? 'Het is inderdaad moeilijk om niet cynisch te worden als je in het enge wereldje van Joop van den Ende hebt rondgelopen,' beaamt Muntz. 'Als je daar geen bekende achternaam hebt, zien ze je bij wijze van spreken niet eens staan. De hypocrisie walmt je daar 24 uur per dag tegemoet. Zoals die kandidaten van Het Rad zich bijvoorbeeld gedragen... Voor de uitzending maar lachen en geinen dat het "toch maar een spelletje was", maar als ze de droomkeuken mislopen, staan ze te janken en te stampvoeten in de kleedkamer.' Regisseur Van de Wint mag gerust betiteld worden als de denker en de intellectueel van het duo. Hij werkt ook voor gerenommeerde VPRO-programma's als Veldpost, kent de cultuur van de omroep als zijn broekzak en geniet daarbinnen een zekere reputatie. Hierdoor kan hij zijn showman Muntz waar nodig in bescherming nemen en diens escapa-des vertalen in voor de VPRO welgevallige termen. Van de Wint heeft een uitgesproken haat/liefde-verhouding met de omroep: 'Veel VPRO-ers zijn gepatenteerde navelstaarders. Ze lopen met een gedateerd beeld van de maatschappij rond en ontlenen hun status aan het feit dat ze zogenaamd "andere" programma's maken. Ik stoor me daar geweldig aan. De gemakzucht die er achter die overtuiging van het absolute gelijk schuilgaat, vind ik stuitend. Ook bij de VPRO tref je een enorme hoeveelheid ingekakte middelmatigheid aan. Ik
vind: als je voor de televisie werkt, moet je dat met honger en passie doen. Daarom accepteer ik in principe ook geen enkele beperking. Als ik zin heb wil ik over elke grens heen kunnen gaan. Volgens mij moet het dus ook mogelijk zijn dat Rob over de VPRO een ontluisterend item maakt.' Natuurlijk drijft zijn voorkeur voor permanente grensoverschrijding hem tegelijkertijd in de armen van diezelfde VPRO. Van de Wint: 'Dat is waar. Als je dan tóch voor een omroep moet werken, is de VPRO verreweg het beste. Het is een natuurlijk toevluchtsoord voor mensen met afwijkend opvattingen. Hoewel de schwung er behoorlijk uit is, leeft daar in ieder geval een besef dat je altijd op zoek moet naar nieuwe wegen. Hoe eng de meesten dat in deze tijd ook vinden.' Als ik vraag waar zijn behoefte vandaan komt telkens de schaduwkant op te zoeken en de ontluistering tot hoofdthema van zijn werk te bombarderen, maakt Van de Wint van zijn hart geen moordkuil. 'Ik stoor me dagelijks in hoge mate aan de mensheid. Je kan wel zeggen dat ik een primitieve haat voel jegens het ras waartoe ik behoor. In feite geef ik mijn agressie en verontwaardiging vorm met de camera. Dan hoef ik niet met een mitrailleur op het dak van mijn flat te klimmen en in het wilde weg het vuur te openen. In Amerika gebeurt dat trouwens regelmatig en bijna iedereen verafschuwt 't als een onbegrijpelijke misdaad. Afschuwelijk misschien wel, denk ik dan, maar onbegrijpelijk? Ik kan me zo'n wanhoopsactie levendig voorstellen! Eigenlijk verbaasd het me dat het nog zo weinig gebeurt.' Als ik opper dat Muntz op symbolische wijze de mitrailleur is waarmee Van de Wint in de rondte knalt, schiet hij in de lach: 'Ja! Misschien wel, ja!' Ook in de open relatie met het kijkerspubliek lijkt het duo meer op de commerciëlen dan op de publieke omroep. 'Ik lees elke brief die er binnenkomt,' zegt Muntz. 'Er is toch niks leukers dan te zien hoe mensen op je werk reageren? Zeker als het ook nog positief is. Daar kick ik op! Fanmail bewaar ik zorgvuldig.' Van de Wint: 'Ik heb graag dat mensen suggesties aandragen als er iets is dat ze graag ontluisterd willen zien. Laatst kwam er een brief binnen met het idee om Klaas Wilting, ? je weet wel, die publiciteitsgeile voorlichter van de Amster-damse politie ? aan de tand te voelen. Prima suggestie! Wij kunnen toch onmogelijk alles weten?' Belangrijk om op volle toeren met hun gedurfde werk door te gaan, is het gegeven dat beide vrijbuiters niet aan hun positie hangen en nevenactiviteiten ontplooien waarmee ze hun brood toch wel op de plank krijgen. Van de Wint doet er een kleding-zaak bij en ook Muntz klust er vrolijk naast. Van de Wint: 'Dat is heel essentieel, want met het soort televisie dat wij maken moet je all the way durven gaan en is angst om je baantje te verliezen absoluut dodelijk.'