Wat niet op televisie kwam

Veel inzendingen voor eerste Festival van de Afgewezen Film
 
Vanavond begint het nieuwe Festival voor de Afgewezen Film, met documentaires en tv-programmas die bij de omroepen in Hilversum niet aan bod kwamen.
 
Lucas Westerbeek heeft een kartonnen doosje op zijn bureau staan, waarin een stuk of vier dvds liggen. Het zijn inzendingen voor het eerste Festival van de Afgewezen Film die te laat binnenkwamen om nog in het programma te worden opgenomen. Misschien komt er volgend jaar wéér zon festival. De belangstelling van de filmmakers was in elk geval groot genoeg.
 
Wat aanvankelijk was bedoeld als een evenementje dat niet langer dan twee avonden zou duren, is intussen uitgegroeid tot een heus festival van drie avonden, één (zaterdag)middag en een afsluitend debat op zondagmiddag.
 
Westerbeek is werkzaam bij Bromet & Dochters, het productiebedrijf van programmamaker Frans Bromet - en ook diens schoonzoon. Frans liep al langer met het idee voor dit festival rond, zegt hij, maar het kwam niet van de grond. Toen heb ik besloten de organisatie op me te nemen.
 
Het festival is het gevolg van Bromets eigen aanvaringen met het Hilversumse. Nadat hij jarenlang tot wederzijdse tevredenheid de ene na de andere documentaire voor de VPRO had gemaakt, kwam daar in 2003 opeens een eind aan. Bromet produceerde toen het programma Een nieuw gezicht, dat hij in opdracht van de VPRO had gemaakt over mensen die een afwijking in hun gezicht door plastische chirurgie lieten corrigeren. De omroep bekeek de band en besloot niet tot uitzending over te gaan. Er zat kop noch staart aan, verklaarde een VPRO-medewerker in de Volkskrant. Het bleek een aaneenschakeling van hapsnap gemonteerde beelden van vijftien mensen bij wie een cosmetische operatie mislukt was. Geen wonder dat Een nieuw gezicht nu, onder het motto kijk en oordeel zelf, op het festival wordt vertoond.
 
Bromet werkt tegenwoordig vooral voor de NCRV, maar ook daar gaat niet altijd alles naar wens. Bij de omroep raak je steeds weer verzeild in de race om de kijkcijfers, aldus Westerbeek.
 
Dan zetten ze jouw programma op half acht, maar dan trek je geen kijkers en wordt het stopgezet. Maar dat zegt toch nog niets over de inhoud? Wij willen weten wáár de criteria vandaan komen die telkens weer door filmfondsen en festivals en omroepen worden gesteld. Men heeft natuurlijk het recht om te zeggen dat een productie niet goed genoeg is, maar het is moeilijk te achterhalen welke criteria daar achter zitten.
 
Zelf hebben de festivalorganisatoren geen kwaliteitseisen of andere criteria aangelegd; ze laten zien wat er is ingezonden. Halverweg vorige maand zat het programma vol. Het programma vertoont een veelheid van genres, die uiteenloopt van een satanische Rijdende rechter-persiflage van het duo Rob Muntz en Paul Jan van de Wint (door de VPRO geweigerd na Muntz controversiële optreden in Hitler-vermomming) tot de documentaire 24 uur bedreigd van Frank Vellenga, over een Marokkaanse schilder, die nooit werd uitgezonden wegens het gevoelige onderwerp en gebrek aan zendtijd.
 
Wordt het festival door de inzenders beschouwd als zoete wraak op weigerachtige omroepen? Soms wel, ja, zegt Westerbeek. Er is niet voor niets zo veel ingezonden. Veel programmamakers zijn heel lang met hun productie bezig geweest en willen die graag laten zien. Ze zijn er zelf van overtuigd dat ze kwaliteit hebben afgeleverd en zijn dus blij dat ze een podium krijgen.
 
Bromet & Dochters draait vooralsnog voor de kosten op: Er zijn 115 zitplaatsen. De toegang kost een tientje en voor studenten vijf euro. Daar zal dus niet veel uitkomen.
 
Omdat de inhoud te gevoelig lag en omdat er geen plaats zou zijn in het uitzendschema: 24 uur bedreigd van Frank Vellenga, over de woede van een Marokkaanse schilder na de moord op Theo van Gogh.
Wegens het niet tegen zichzelf in bescherming nemen van een zwakbegaafde, seksisme, stigmatisering, discriminatie en het aanzetten tot crimineel gedrag: De rijdende hufter van Rob Muntz en Paul Jan van de Wint.
Niet wetenschappelijk genoeg (distributeurs) en te specialistisch (omroepen): Go, Butterflies, Go! van Josephina Hamming over de tocht van een dag- en een nachtvlinder.
Te persoonlijk: Uit eten van David van Eijndhoven en John Bosscha, over het Van der Valk-restaurant Hotel Breukelen.
Geen ruimte: Kom en kus mijn ziel van Herman Vogel, speelfilm over een onverwachte romance aan het strand.

 Bron: NRC Handelsblad, 19 april 2007, Henk van Gelder


Nepterrorist

De vermeende terrorist op Lowlands, die afgelopen weekeinde voor een hoop commotie zorgde, droeg een witte jurk en een legerkleurige vestje met rollen dynamiet met de tekst 'seksbom'.

Het tenue is van  tv-programmamakers Rob Muntz en Paul Jan van de Wint.

Muntz droeg het pak in het programma 'God bestaat niet' dat vorige jaar werd uitgezonden op Nederland 3.

De neef van Paul Jan van de Wint is feestorganisator van 'Expornstar' en zijn promotors dragen het pak wel eens. En daarom dacht Paul Jan in eerste instantie dat de vermeende terrorist een promotor was.

"Maar we hebben momenteel niets te promoten", vertelt Van de Wint. "En toen kwamen we erachter dat een vroegere medewerker het vestje ooit heeft uitgeleend. Blijkbaar aan de jongen die er op Lowlands mee rondliep."

Van de Wint weet zeker dat het om dezelfde outfit gaat. "Mensen hebben beschreven hoe het eruit ziet en wij missen het tenue."

Het vestje werd ooit gemaakt voor een parodie op de toestanden in 2001 waarbij alles en iedereen gecontroleerd werd, vertelt Van de Wint. "Het is een vreemd idee dat die parodie nu wordt ingehaald door de werkelijkheid."

Het tenue ziet er volgens de programmamaker "behoorlijk nep uit". "Het is zeer onwaarschijnlijk dat een echte terrorist er zo zal bijlopen,."

Juliette Vasterman

nrc next

 


Het beeld

HANS BEEREKAMP 8 juni 2005

"De parochie van de kerk waarin de opnames grotendeels zijn gemaakt betreurt de beschikbaarstelling van de kerk. Zij distantieert zich van het programma." De redactie van God bestaat niet (RVU) was vast niet ontevreden met deze door de rechter voorgeschreven begintitel. Voor het overige had de Amsterdamse Nicolaaskerk het kort geding verloren: de eis het programma niet uit te zenden werd afgewezen.

De televisiemakers Robbie Muntz en Paul Jan van de Wint hebben dus weer een rel weten te veroorzaken. Provocatie lijkt een voorname doelstelling van hun werk, maar in dit geval stellen ze zich toch ook heel bescheiden op. Met een witte cowboyhoed op het hoofd en de handen ten hemel heffend galmt Muntz in de eerste minuten van de preekstoel: "Ongelovigen vormen wereldwijd een kleine minderheid van zo'n tweeëneenhalf procent. Dat getal neemt alleen maar af. Er is een tendens dat fundamentalistische gelovigen aan invloed winnen."

Op deze tekst valt weinig af te dingen. De vrijdenkersomroep en nu ook de atheïstische zending van de RVU krijgen pas na middernacht zendtijd, als de godvrezende kijker al naar bed is. De KRO mag daarentegen 's zondags op primetime eerst Bekende Nederlanders verhoren over de verhipte Tien Geboden en dan een warhoofd aan het woord laten dat na repressietherapie in Salzburg de chocolaterie aanwijst waar hij in de achttiende eeuw piano speelde. Wie was ik? biedt reincarnatie-entertainment for the millions.

De RVU slaat namens de weldenkende minderheid terug. Volgens de vertrouwde rolverdeling mag Muntz iedereen op de kast jagen, door verkleed als duivel op de preekstoel te staan en schuimbekkend op de grond te gaan liggen, terwijl zes als non, monnik, imam, rabbijn, indiaan en sjamaan verklede jongens en meisjes biddende bewegingen maken. Van de Wint zorgt voor de theoretische onderbouwing door een genuanceerd gesprek met een wetenschapper. In elk van de zes afleveringen is dat een ander, afgelopen nacht hersenonderzoeker Dick Swaab.

De opvattingen van Swaab zijn niet geheel onbekend, maar wel verhelderend.

Op de catechismusachtige vraag "Wat zijn wij?" luidt zijn antwoord: "Wij zijn onze hersenen." De geest is niets anders dan het product van honderd miljard hersencellen. Religie vervult, net als agressie, slechts een evolutionair doel, namelijk dat de groep zijn herkenbaarheid versterkt en concurrerende groepen buitensluit. Veel religieuze ervaringen hebben een epileptische oorsprong, zoals aantoonbaar het geval zou zijn geweest bij Jeanne d'Arc, Mohammed, Dostojewski en de apostel Paulus. Ook bijna-doodervaringen vallen tamelijk exact te localiseren in de hersenen, in de buurt van de girus angularis. Uittredingen kunnen zelfs experimenteel worden opgewekt door stimulering van de juiste hersenkwab.

De gelovige meerderheid van de wereldbevolking zal over dit soort reductionisme de schouders ophalen. Kwalijk wordt het pas als het gezien wordt als heiligschennis of vloeken in de kerk. Gelukkig mag dat dus nog wel van de rechter.

Ned.3 (RVU), God bestaat niet, 8 juni, 00.07u.

c) 2005 PCM Uitgevers B.V. NRC Handelsblad


Beursgoeroe J.P. van Rossum.
De macht van het grote geld

Door Danielle Pinedo

Hoe kan het dat er aan de vooravond van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten opeens zwaar gespeculeerd werd door een aantal institutionele beleggers tegen luchtvaart- en verzekeringsmaatschappijen? Toeval? Nee, denkt Jean Pierre van Rossum, beursgoeroe en in een vorig leven lid van het Belgische parlement. ,,Het is een abnormaal verschijnsel. En ik weet zeker dat er manipulatie in het spel is.''

De macht van het grote geld - daar draait het om in deel 3 van Het grote complot, een nieuwe zesdelige RVU-serie gepresenteerd door enfants terribles Rob Muntz en Paul Jan van de Wint. Voor hun nieuwe productie hebben ze niet de minsten weten te strikken; naast Van Rossum maken vanavond ook ex-minister van Financiën Onno Ruding, ex-minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek en de Amsterdamse psychiater Andries van Dantzig hun opwachting. Een klein half uur wordt er gepsychologiseerd, geanalyseerd en zo nu en dan gechoqueerd met als doel aan te tonen dat complotten een onontkoombaar en alledaags verschijnsel vormen. Als Van Dantzig constateert dat het verschil tussen arm en rijk bewust in stand wordt gehouden, schakelen de makers over op beelden van uitgemergelde Afrikanen. Vervolgens merken zij op dat ontwikkelingshulp geen zin heeft zo lang er handelsbarrières bestaan.

Het moet gezegd: na de eerste twee afleveringen komen Muntz en Van de Windt een beetje op dreef. Insinueerden de heren er in de eerste aflevering over de macht van de media nog lustig op los (vooral deze krant zou als spreekbuis van het establishment fungeren) vanavond wordt een aantal steekhoudende argumenten op tafel gelegd. Dat is met name te danken aan Ruding. De topman van Citibank, de grootste financiële instelling van Amerika, komt naar voren als een transparant en bevlogen bestuurder. Kan hij garanderen dat mensen met macht en geld geen misbruik maken van hun positie, wil Van de Wind van hem weten. ,,Nee'', geeft Ruding toe. ,,De mens is geneigd tot het kwade. We kunnen alleen een poging doen om machtsmisbruik te beperken.'' Zoals een christen-democraat betaamt, pleit hij voor waarden-en-normen-traingen op de werkvloer. Naïef is dat volgens hem niet. Afdoende evenmin.

Het grote complot, Ned3, 20.05-20.30u




NRC Handelsblad van 08-05-2001 Pagina 9 Opinie Column

Lachen!

Sjoerd de Jong
Nederlanders en humor, het blijft een moeilijk huwelijk. We vinden onszelf geestig, relativerend en nuchter, maar de grofste monden, de plompste en botste wijsheden, en de meest beschamende taferelen aan Zuid-Franse terrasjes zijn nog steeds de onze, en niet die van onze veelgesmade oosterburen. Ook in de media. Dat zie je bijvoorbeeld aan tv-presentator Jack Spijkerman, die een tijdje geleden de lachers op zijn hand wilde krijgen met een media-blooper waarin een gast werd aangekondigd die bij nader inzien al lang bleek te zijn overleden. Die kon dus niet meer komen, nee. Lachen!

Nederland Humorland kwam zichzelf een paar weken geleden weer keihard tegen, toen de VPRO een aflevering schrapte uit het programma De Rijdende Hufter van de komiek Rob Muntz en zijn aangever Paul Jan van de Wint. De omroep die ooit school maakte als bastion van burgerschrik, vond het te ver gaan om, onder het mom van satire op de breekijzer-programma's van Pieter Storms en Willebrord Frequin, een asielzoeker een neppistool tegen het hoofd te houden, en een verwarde bejaarde bij een gesloten politiebureau achter te laten. Terecht: satire is geen vrijbrief om te kopiëren wat je wilt aanklagen.

Dat dilemma van de VPRO geeft aan wat er is misgegaan met de grensverleggende vorm van humor die vanaf de jaren zestig opgang maakte, maar die inmiddels in shockerend potentieel, tot grote volksvreugde, allang is gepasseerd door de botteriken en patsers van de commerciële omroep. De humor van Muntz en zijn kwade genius Van de Wint bij de VPRO is zo bezien niet eens offensief, maar defensief: een doldrieste poging het beste van twee werelden te krijgen. Hufters aanklagen, en in één moeite door zelf de hufter uithangen. Je geweten uitschakelen, onder het mom dat van anderen op te schudden. Het water willen zuiveren, door met smaak de golfslag van het riool te berijden.

In vals bewustzijn - om die beladen term maar even af te stoffen - overtreffen deze twee zo tenminste een van hun doelwitten, Willebrord Frequin. Deze clown van de wraakzucht weet waarschijnlijk, met enige inspanning, nog te overtuigen van zijn sociale gewetensrol als hij struikelend over zijn eigen opwinding op straat een vermeende delinquent afblaft. Muntz en Van de Wint maken zich in het geheel geen illusies meer: de wereld is rot, dus lachen maar. Daarbij moet worden aangetekend dat Muntz dan nog in aanleg een begaafde komiek is: niet te slim, met veel energie en een goede timing. Wie weet had hij de Piet Bambergen van deze overstuurde tijd kunnen worden. Zijn rimbaldiaanse maatje Van de Wint daarentegen is, afgaande op het schoolplein-cynisme dat hij tentoonspreidt in interviews (sociaal-darwinistische observaties van het kaliber dat in de gaskamers de kinderen onderop lagen), een angstaanjagende nihilist die zijn haatgevoelens niet kwijt kan. Intellectueel stuurloos, vulgair-diepzinnig en altijd agressief. Wat was er eigenlijk mis met René van Vooren?

Wanneer wordt een humoristische avant-garde, met andere woorden, decadent? De grootste schokken in het Nederlandse naoorlogse humoristische bewustzijn waren achtereenvolgens het satirische tv-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer (jaren zestig: ontzuiling, secularisatie), de Sjef van Oekel en Barend Servet-shows van Wim T. Schippers (jaren zeventig: avant-gardisme, seksualisering), en het optreden van het cabaret annex rockduo Neerlands Hoop, Freek de Jonge en Bram Vermeulen (ook jaren zeventig: politisering, radicale democratisering). Dit alles samen te vatten onder de noemer: shockeren.Ook wel bekend als kwetsen. De scheuren in het ouderwetse, religieus verkavelde polderlandschap werden wreedaardig opengetrokken door deze pioniers van een geseculariseerd, vrijer en moderner Nederland.

Nu hebben we dat Nederland dan. Gefeliciteerd. Alleen: hoe nu nog kwetsen en shockeren? En vooral: waarom? Nu de KRO nota bene zelf adverteert met een halfnaakte jonge Maria. Nu de methode-Neerlands Hoop door Youp van 't Hek comfortabel gebruiksklaar is gemaakt voor het hele bedrijfsleven. Nu Freek de Jonge zelf liever het dolgedraaide kompas van zijn eigen geweten stabiliseert dan dat hij zijn publiek ontregelt. Niet voor niets was hij een van de verontruste - en dankzij de losgeslagen jaren zestig zeer succesvolle - ondertekenaars van een recent pamflet tegen de teloorgang van `de beschaving'. Het beeldenstormende zelfvertrouwen van zijn glorietijd heeft ook bij hem, na gedane zaken, plaatsgemaakt voor schuldgevoel en angst over de democratisering van een ooit als subversief bedoelde vorm van humor.

Dat is een nederlaag. Humor betekent immers in de eerste plaats: de eindigheid en betrekkelijkheid van situaties onder de aandacht brengen, met open oog voor hun onnatuurlijkheid, instabiele status en wie weet hun absurditeit. Dat is iets anders dan de obligate kwetscultuur van de grove grap, het reflexmatige aanklagen van het klootjesvolk (altijd de anderen, natuurlijk) door de huidige lichting pseudo-moralisten, die hun eigen arrogantie niet kunnen relativeren en elk oog voor betrekkelijkheid knalhard dichttimmeren. De enige antwoorden op die patstelling lijken eindeloze meligheid (Jiskefet) en zelfbewust nihilisme in de overdrive (Muntz en Van de Wint).

Of niet? Voorbeelden van zowel doeltreffend directe als indringend subtiele humor zijn te vinden bij sommige nieuwe, moderne cabaretiers en schrijvers die nu eens niet werken onder de fall out van het verleden. Zoals de stand up comedians in Amsterdam, die verbaal enthousiasme koppelen aan een onbekommerd - maar daarom nog niet eendimensionaal - engagement: zie de razende act van Najib Amhali op het Boekenbal dit jaar (`Ik heb drie talenten. Mijn vader is een Marokkaan, mijn moeder is een Marokkaan en ik kom uit Krommenie'). En in de letteren, een wereld apart, is er de satire op sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar (zelf)beelden van allochtonen, De nachtmerrie van de allochtoon door Sevtap Baycili, waarin de humor wordt geboren uit ernst die omslaat in absurditeit. Dat is van een wonderlijke, prachtige dubbelzinnigheid die alle platgetreden paden ver achter zich laat.

Liefhebbers van humor maken er tegenwoordig ernst mee. De vijanden van de grap zijn, zoals wel vaker, de grappenmakers.



Op dit artikel berust copyright! © 1999 Media Resultant b.v., resp. de oorspronkelijke uitgever en/of de auteurs


Auteur: Jong, Sjoerd de
Geografie: nederland; europa; west europa
Restricties: nee
Copyright: NRC Handelsblad