De tien geboden van Rob Muntz

Rob Muntz (Zwolle, 1963) is programmamaker. De basis voor zijn status van beroepsprovocateur werd gelegd in het VPRO-programma ’Waskracht’ waarvoor hij, samen met collega Paul Jan van de Wint, op onorthodoxe wijze gevoelige onderwerpen behandelde. In 2002 eindigde hun samenwerking met de VPRO en werkte het duo eerst voor AT5 en daarna voor de RVU. Voor die omroep maakten Muntz en De Wint onder andere ’God bestaat niet’, een programma dat volgens sommige politici godslasterlijk zou zijn, maar van minister Donner niet verboden mocht worden. Inmiddels zijn Muntz en Van de Wint voor de nieuwe omroep LLink actief als ’De milieuridders’, een programma over ’mistanden op het gebied van natuur, milieu en dierenwelzijn.’

 

1.Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Mijn moeder komt uit een groot katholiek gezin. Ze wilde dat we meegingen naar de kerk. Mijn vader kon het niks schelen. Hij was op zijn dertigste al gekapt met dat hele katholieke gedoe. Ik vond het wel een leuk, luchtig geloof. Ik heb zelfs – voor de gezelligheid - mijn eerste communie nog gedaan. Ik had niet het gevoel dat me iets werd aangepraat, maar ik had tegelijkertijd wel snel in de gaten hoe hypocriet die gelovigen waren. In de kerk was iedereen aardig, maar daarbuiten maakten diezelfde mensen elkaar het leven zuur.

 Op mijn achtste ben ik drie weken misdienaar geweest. Een jochie uit mijn klas had gezegd dat je daar, bij bruiloften en begrafenissen, behoorlijk wat mee kon verdienen. Bovendien mocht je ’s ochtends een kwartier later op school komen. Dat leek me wel wat. De eerste twee weken stond ik in een vrijwel lege kerk. Er zaten alleen, iedere ochtend, twee oude nonnetjes. In de derde week gebeurde er eindelijk iets: bij ons in de buurt was een man overleden. Veel te jong. Een familiedrama. En daar stond ik dan, voorin die kerk, met al die huilende mensen om mij heen. Vreselijk! Bij mij in de familie was nog nooit iemand doodgegaan. Ik kon niet meer stoppen met janken. Om iemand die ik amper kende! En het ergste was: ze gaven me nog geen poen ook. Toen ben ik er maar mee gestopt.

 Ik ben later, omdat mijn moeder dat zo leuk vond, nog wel eens meegegaan naar een Kerstnachtmis, maar ik heb er niks aan overgehouden. Geen gedachte meer aan besteed. Ik begrijp wel dat mensen zich willen troosten met de gedachte dat God bestaat, maar ik ga mezelf niet voor de gek houden. Ik zie waar het geloof toe kan leiden en ik wil er helemaal niets mee te maken hebben.”

 

2.Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken

“Nee, ‘God bestaat niet’ was geen verzet tegen het geloof. We

hadden, na de moord op Theo van Gogh, die eindeloze discussies over wat wel of niet zou mogen van God, de behoefte om nog eens te benadrukken dat Hij helemaal niet bestaat. Het geloof word je op iedere straathoek opgedrongen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is om in God te geloven. De ongelovigen hoor je nooit. Wij komen niet in groepen bij elkaar om ons ongeloof uit te dragen. In ‘God bestaat niet’ hebben we, aan de hand van gesprekken met belangrijke wetenschappers, willen aantonen hoe absurd het is om in God te geloven. Voor wie? Nou, vooral voor de ongelovigen, om hen te sterken in het idee het niet abnormaal is om ongelovig te zijn. Nee, niet om de gelovigen te beledigen. Dat werd wel beweerd. Er zijn ook Kamervragen over gesteld, maar minister Donner heeft moeten verklaren dat hij ons programma niet kon verbieden. Die gesprekken waren niet godslasterlijk en de filmpjes, ja, die zou je aanstootgevend kunnen noemen, maar die vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Creativiteit van de maker. Ik vond het zelf wel grappig om Jezus als negerin aan het kruis te zien hangen of om zelf verkleed als duivel op de kansel in de kerk te staan. Ik denk dat God, als Hij zou bestaan, er zich ook rot om zou lachen want Hij wil natuurlijk dat al die oplichters, die Zijn naam misbruiken, worden aangepakt. Luister eens naar die Knevel! Wat God allemaal niet tegen die man heeft gezegd? Luister eens naar al die moslims die zeggen te doen wat Allah van hun vraagt. Dat is toch krankzinnig? Laat me met rust! Maar ze laten me niet met rust, want zodra je aan hun God komt, snijden ze je strot af en krijg je een mes in je borst. Lees de bijbel en de koran er maar op na: de ongelovigen moeten gedood worden. En wat doen we nou eigenlijk verkeerd? Wie zitten we in de weg? Wij vonden het nodig om iets voor de ongelovigen te doen. Ja, ik heb zelf bij die gereformeerden aangekondigd dat er een ‘godslasterlijk programma’ zat aan te komen. Dat was niet om te jennen, maar ik wist gewoon zeker dat daar op gereageerd zou worden. Ik wil aandacht voor de dingen die ik maak. Anders kan ik net zo goed bij de lokale omroep van Nunspeet gaan werken.”

 

3.Gij zult de dag des heren heiligen

“Mijn ouders kwamen uit Amsterdam. Toen Centraal Beheer, het bedrijf waar mijn vader voor werkte, naar Apeldoorn verhuisde, zijn we in Nunspeet gaan wonen. We maakten deel uit van een hele kleine katholieke gemeente in dat zwartekousenkerkendorp.

Ik herinner me nog hoe die mensen, een beetje zoals de Amish, op zondag naar de kerk liepen. Vrouwen met hoeden en rokjes, mannen in zwarte pakken. Zelfs de manier waarop je naar de kerk ging was aan regels gebonden.

 Ik viel, als jongen uit de stad, overal buiten. Ik zat op de voetbalclub, maar omdat ik ‘anders’ was dan de andere jongens uit mijn team, lukte het me niet om in het eerste elftal te komen. Nee, ik ging niet aan de kant staan. Ik had natuurlijk de grootste bek en was het gemeenst op het veld, maar ik hoorde er gewoon niet bij. Nou, ook goed. Ik wílde er niet eens bijhoren. Onaantastbaar? Misschien… je krijgt mij niet snel klein, maar waarom zou ik me ook iets van al die shit van anderen aantrekken? Dan ga ik net zo lief iets anders doen. Waterpolo, korfballen, tafeltennis, judo, karate: ik heb van alles geprobeerd. Maar ik moest me iedere keer weer aanpassen. Stom gaan lopen doen in de kleedkamer, kijken wie de grootste pik had - ik had helemaal geen zin in dat gezeik. Eh… nee, ik functioneer niet zo goed in groepen. Daar komt het geloof ik wel op neer.”

 

4.Eer uw vader en uw moeder

“Misschien komt daar die recalcitrantie vandaan: ik heb nooit gedaan wat mijn moeder wilde. Ze probeerde me een schuldgevoel aan te praten. ‘Doe het dan voor mij’ en dat soort teksten. Heel smerig, eigenlijk. Ik ben niet rancuneus of zo, maar ik kreeg er op den duur wel genoeg van. Mijn vader hield zich afzijdig. Die moest wel lachen om de dingen die ik deed. Daardoor kwam mijn moeder klem te zitten, dat zie ik nu wel.

 Ik ben sowieso milder geworden. Ik begrijp, nu ik zelf kinderen heb, beter waar ze toen mee bezig was. Daar komt nog bij dat mijn moeder al op haar elfde wees werd; ik denk dat ze meer dan wie ook het gevoel heeft gehad dat ze de boel bij elkaar moest houden. Mijn broer en mijn zusje deden daar wel aan mee, maar ik had niet zo’n zin om tijdens die familiedagen te doen alsof het gezellig was. Daar ben ik nooit goed in geweest: doen alsof.

 Mijn verzet is misschien iets minder hevig, maar ik doe nog steeds wat ik wil. Ik zal geen dingen laten omdat mijn moeder het vervelend vindt. Ze heeft me na een of ander televisieoptreden een keer opgebeld: ‘Moet dat nou zo?’ Ja, dat moet zo. Ik maak zo’n programma niet voor mijn moeder, maar voor de driehonderdduizend mensen die er wél om kunnen lachen. Maar goed, ik kan eigenlijk geen conflicten meer voor je bedenken… ik heb een goede band met mijn ouders. We zeggen niet alles tegen elkaar en dingen die mislopen worden snel weer vergeven. Heel katholiek eigenlijk. Een beetje aanrommelen. Dat heb ik er wel van meegekregen. Wat die lui in Vaticaanstad uitkramen is natuurlijk allemaal onzin, maar in Nunspeet hadden ze er best een gezellige variant op verzonnen.

 

5.Gij zult niet doden

“Ik, op een dodenlijst? Ik zou niet weten waarom. Goed, we hebben voor ‘God bestaat niet’ een filmpje gemaakt waarin met een aangelijnde moslim wordt gewandeld. Dat mag toch wel: een moslim als hond uitbeelden? Je kunt mij echt niet met Theo van Gogh vergelijken die het dag in, dag uit, op allerlei manieren over die geiteneukers wilde hebben. Het blijft krankzinnig dat z’n strot werd afgesneden omdat hij de profeet Mohammed zou hebben beledigd, maar ik pas er wel voor om hetzelfde te doen. Kennelijk is daar een grens bereikt. Als je zoiets doet, word je vermoord. Nou, dan doe ik dat dus niet. Ik ben toch niet achterlijk? Ik ga me niet opofferen voor de vrijheid van meningsuiting van anderen die er niet eens gebruik van maken.”

 

6.Gij zult geen onkuisheid doen

“Porno is onkuis, maar ik vind porno ook intrigerend. Toen ik voor de talkshow van Catherine Keijl werkte, kon ik maken wat ik wilde. Ik regelde zelf de gasten, schreef de teksten die Keijl later uitkraamde. Een van de dingen die ik wilde weten was: wat zoeken mensen in een parenclub? Eigenlijk wist ik het wel, maar mijn naïviteit won het van mijn vooroordeel en ik ging op pad. Nou, jongen, je wilt niet weten hoe treurig die clubs zijn. Tragisch! Ik dacht: misschien vind ik nog iemand die er plezier in heeft, maar ik heb niet één persoon ontmoet met wie ik het, privé, ook zou kunnen vinden. Het zijn humorloze lui, net dierenbeschermers. Ja, ik zoek misschien wel naar gelijkgestemden, naar vriendjes. Niet uit eenzaamheid of zo, maar ik wil, denk ik, toch steeds weer testen. Waterpolo: zou ik hier tussen passen? Endemol: kan ik daar dan iemand vinden die een beetje op mij lijkt? Er moet toch ergens iemand rondlopen die… nou, Carla, mijn vrouw is zo iemand. Paul Jan Van de Wint is zo iemand. Dat zijn twee mensen met wie ik match. Ik maak wel snel contact – aan drie vragen heb ik genoeg – maar daarmee heb ik nog geen vrienden. Eerlijk gezegd verbaas ik me er ook over dat mensen zo snel over alle drama’s die ze in hun leven hebben meegemaakt willen vertellen. Ik ben zelf veel minder goed van vertrouwen.”

 

7.Gij zult niet stelen

“Ik heb op mijn veertiende, samen met een vriendje, een keer bij een sportkantine ingebroken. We hebben sigaretten gepikt, een hele slof, die we de volgende op het schoolplein probeerden te verkopen. Je begrijpt dat het niet lang duurde voor de kinderpolitie op de stoep stond. Het was erg spannend allemaal, en ik heb er niet echt spijt van, maar ik ben wel blij dat ik werd gepakt. Ik zou nooit een goede inbreker zijn geworden. Het zat niet in me.”

 

8.Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Alles wat je op televisie ziet is gelogen. Alles! Zelfs het Journaal vertelt halve waarheden. Het grappige is dat mensen nog steeds reageren zoals het publiek in de middeleeuwen deed: ze rennen na de voorstelling als gekken achter de bad guy aan. Ze vinden mij een klootzak omdat ik, op sabbat verkleed als Hitler, door de straten van Wenen achter een paar chassidische joden aanliep - O, dat vond jij ook? Maar dat was maar een filmpje! Een grap! Ik ben toch Adolf Hitler niet? Dat zagen die jochies van 17 ook wel. En in die oude gasfles zat echt geen Zyklon B. Smakeloos? Ja, dat kan. Kennelijk is die grap niet aan jou besteed, maar dat maakt mij toch nog geen klootzak? Ik speel een rolletje. We wilden het opkomend fascisme van die extremist Jörg Haider op geheel eigen wijze aan de kaak stellen via dit filmpje. De mensen die meenden gekwetst te zijn, hadden het filmpje vaak niet eens gezien. Ik werd na dat hele gedoe gebeld door een meneer die de concentratiekampen had overleefd en mij hartelijk bedankte voor het feit dat ik hem zo bevrijdend had laten lachen. Dat was hem sinds de oorlog niet meer overkomen.

 Nee, weet je wat het is? Mensen maken zich vooral zo boos omdat ze worden geconfronteerd met iemand die dingen doet die over hun eigen denkbeeldige grens gaan van wat wel en wat niet kan. En dan is er nog de groep die mij sowieso een irritante lul vindt. Wat ik ook doe, wat ik ook zeg. Moet ik daar dan rekening mee gaan houden? Ik zou niet weten hoe. Het heeft geen enkele zin om me daar tegen te verweren. Mensen roddelen toch wel. Ik hoor het namelijk altijd via anderen. Ze zeggen het nooit in mijn gezicht. Nou, ik vind het best. Moeten ze zelf maar weten. Weet je wanneer je een klootzak bent? Je bent een klootzak als je de boel echt belazert, als je mensen oplicht. En dat heb ik nog nooit gedaan.”

 

9.Gij zult geen onkuisheid begeren

“Ik heb heel lang achter mijn pik aangelopen. Ik heb meer dan honderd vrouwen gehad en ik kan je zeggen: daar word je niet vrolijk van. Het werd een obsessie voor me. Het enige waar ik nog aan dacht, was neuken. Ik ben blij dat ik daar mee klaar ben. Het hoeft niet meer. Ik voel het niet als een verplichting dat ik mijn vrouw trouw moet blijven. Ik wil het gewoon niet verprutsen. Eerlijk gezegd vooral omdat ik ook niet wil dat ze mij zoiets aandoet. Ik geloof niet in die zogenaamde vrijheid van buitenechtelijke relaties. Je kiest voor elkaar en als je het niet leuk meer hebt, dan moet je opzouten. Ik ga toch mijn relatie niet op het spel zetten voor één of andere doos met lekkere tieten? Zie je dat meisje daar? Stel dat ik daar nou iets mee zou willen. Moet ik haar meevragen naar een hotel, wordt ze misschien wel verliefd op me en… voor ik het in de gaten heb, ben ik alles kwijt. Bovendien springt Carla overal boven uit. Vrouwen kunnen zo zeiken. Carla niet. Nooit gezeik. Nooit gedoe. Ze is iemand die niet bang is. Iemand die geen vooroordelen heeft. Iemand die heel goed mensen kan inschatten. Ze heeft mijn ogen geopend voor mensen, voor omstandigheden… gewoon, een goed wijf. Heel blij mee.”

 

10.Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Ik ken mijn beperkingen. Door me niet te conformeren, gaan er natuurlijk een heleboel deuren snel voor mij dicht. Ik doe wel eens iets om verder te komen, maar het gaat nooit ten koste van mijn eigen waarde. Van de Wint en ik maken, sinds 1998, met veel pijn en moeite televisieprogramma’s. Tegen de klippen op. Hard werken, veel gezeur. Het mooiste zou natuurlijk een carte blanche bij een of andere omroep zijn, of een eigen televisiestation. Ik geloof wel dat de waardering voor ons werk groeit, maar wat we doen is nog steeds in de marge. Ik hoop dat die marge op een dag standaard gaat worden. Als dat niet lukt, vind ik het ook best. Ga ik weer wat anders doen. Auto’s verkopen aan Polen, met Limburgse vlaaien of weegschalen op de markt gaan staan of weer als hypnotiseur op Veluwse campings aan de slag. Want je denkt toch niet dat ik als eindredacteur bij een of andere producent – noem eens een eikel, René Stokvis – tussen de loonslaven ga zitten wachten op mijn pensioen? Dan vreet ik nog liever gras. Ik heb echt wel geprobeerd me aan te passen, maar het gaat niet. Het zit niet in mij en het lukt anderen blijkbaar ook niet iemand te accepteren die zegt wat hij denkt. Dan is het maar beter zo. Ik ben onafhankelijk en die onafhankelijkheid maakt me sterker. Ik heb daardoor ook geen reden om jaloers te zijn. Ja, weet je wat ik wel heb? Ik kan erg hunkeren naar de tragedie van anderen. Zoals Josephine Baker – een icoon van de zwarte gemeenschap – die grote roem heeft gekend maar berooid en ellendig is geëindigd. Of Herman Brood, die gozer heeft alles gehad: de muziek, de drank, de drugs, de vrouwen… Ik heb een gelukkige jeugd gehad, mijn vader en moeder leven nog, mijn kinderen zijn gezond. Twee weken geleden werd mijn laptop uit mijn auto gestolen. Dat is het ergste wat ik heb meegemaakt. Ja, misschien is mijn leven te vlak. Dat is het. Ik zou willen zijn zoals Herman Brood: niets ontziend, schijt aan alles. Maar het lukt me niet. Daarvoor ben ik gewoon te aardig.”    

Arjan Visser Trouw 07-01-2006


'God bestaat niet' / 'Wij willen zo hard kwetsen als nog kan'
door Koert van der Velde
2005-06-14 - lezersreacties op dit artikel (10)

Submission II

Opnieuw is er sprake van godslastering. Nu draait het om de tv-serie 'God bestaat niet'. De makers wijzen op de overeenkomst tussen het christelijke protest en het gedrag van moslimfundamentalisten.

'Nodeloos kwetsend', noemen de protestantse en de rooms-katholieke kerk het programma 'God bestaat niet', dat de RVU 's dinsdagavonds uitzendt. Nodeloos kwetsen, dat lijkt een vorm van 'redeloos geweld', en wie, volgt er als vanzelfsprekend uit, is daar niet tegen?

Het Reformatorisch Dagblad noemde de serie 'Submission voor christenen', en de ChristenUnie heeft de regering al om een verbod ervan gevraagd (zie 'RVU-serie: 'Submission voor christenen') .

Voor de makers van het programma, Rob Muntz en Paul Jan van de Wint, is het protest juist een bewijs van de noodzaak ervan. Het steekt hen dat gelovigen anderen willen weerhouden hun mening te geven over hun voor absoluut waar gehouden geloof.

De programmamakers zien overeenkomsten tussen het protest van de protestantse en de katholieke kerk, en het gedrag van intolerante islamitische geloofsfanaten.

,,Allen voelen zich 'nodeloos gekwetst', eisen 'respect' en ondernemen actie om de critici tot zwijgen te brengen.''

Muntz en Van de Wint deden niets 'nodeloos', zeggen ze. Ze handelden bewogen door oprechte zorg over het religieuze klimaat in de wereld. Ze vinden ook dat er geen grens bestaat waar critici van religie niet overheen zouden mogen gaan.

,,Zelfs als ons doel was om keihard te kwetsen, was dat geoorloofd,'' zegt Van de Wint, terwijl hij en passant telefonische interviews geeft en een tv-ploeg te woord staat, die zijn afgekomen op het kerkelijk bezwaar.

Eén keer eerder in hun carrière is het de beide heren gelukt om niet alleen religieuze groeperingen tegen zich in het harnas te jagen, maar ook hun voormalige werkgever de VPRO. In Wenen achtervolgde Muntz als Hitler verkleed orthodoxe joden, naar eigen zeggen om extreem rechts aan de kaak te stellen. De VPRO vond de grap smakeloos en ze mochten voor die omroep geen programma's meer maken.

'God bestaat niet' is echter een relatief braaf programma, niet vernieuwend in vorm en inhoud - sinds de jaren zestig zijn er vaak originelere en hardere kunstuitingen te zien geweest die het christendom fileerden, zoals het ezeltje van Reve.

Ook de inhoudelijke religiekritiek die in 'God bestaat niet' te berde wordt gebracht is grotendeels honderd jaar oud. In zes afleveringen komen atheïstische geleerden aan het woord die een hartig woordje waarheid voor de gelovigen hebben, in één zin: dat God een mensenmaaksel is.

Natuurlijk hadden ze ook niet-atheïstische geleerden kunnen interviewen die deze waarheid ook erkennen, en zichzelf desondanks religieus noemen. Maar ook voor zulke gelovigen halen de twee de neus op. ,,Ik heb gehoord dat die lui er zijn, maar ik kan het niet goed begrijpen'', zegt Van de Wint schouderophalend.

Muntz: ,,Iemand die zich christen noemt, gelooft alles wat er in de Bijbel staat. Doe je dat niet, dan ben je ook geen christen. Misschien een ietsist, maar dat is het slapste wat er bestaat. Dan geloof je wel maar durf je niet te bekennen wat.''

Alle gelovigen over één kam scheren, dat is wel zo duidelijk. Met een persiflage van gelovigen die omgekeerd hetzelfde doen - iedereen die niet hetzelfde gelooft als zij is verdorven - hebben Muntz en Van de Wint ooit opzien gebaard. In Amerika liet Muntz zich bij een bekende fundamentalistische tv-dominee introduceren als collegadominee uit Nederland. Tijdens een life uitgezonden massabijeenkomst, mocht de Nederlandse 'geloofsgenoot' de Amerikanen een Hollands hart onder de riem steken. In plaats van 'looft den Heer' zeggen liet Muntz de tv-dominee en de zaal in koor hartgrondig Hollands vloeken.

De twee hebben zich nooit speciaal in religie en theologie verdiept, zeggen zelfs 'eigenlijk helemaal niet in religie geïnteresseerd te zijn'. Wat hen tot het programma heeft gebracht is de zorg om opkomend fundamentalisme, islamitisch dan wel christelijk - 'denk jij dat de christenen in Staphorst gewelddadig kunnen worden?'

De zes geleerden, onder wie de neuroloog Swaab, de psychiater Van Dantzig en de rechtspsycholoog Crombach, openden een nieuw universum voor de twee, ,,een diepgravende onderbouwing van wat we eigenlijk zelf altijd hadden gevonden''. Deze kennis willen ze aan een groter publiek bekend maken.

Het protest van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en de rooms-katholieke kerk richt zich echter niet tegen de interviews maar tegen de sketches die de interviews verluchtigen - niet erg bijzonder, vaak flauw, alleen soms een beetje grappig.

We zien bijvoorbeeld een naakte negerin aan het kruis, een moslimfundamentalist die zich verlekkerd opblaast in een schoolbus, en een Jezus die tegen de vader van een zojuist doodgereden meisje glimlacht dat God liefde is.

Preses J.G. Heetderks van de PKN heeft zich 'persoonlijk gestoord' aan wat hij over het programma zag op de website van Muntz en Van de Wint. Heetderks kan echter niet goed uitleggen wat er precies gebeurt wanneer een gelovige, zoals hijzelf, zich 'nodeloos gekwetst' voelt. Met: ,,Het is geen manier waarop je met het heiligste van anderen omgaat'', en: ,,Het is de niet-respectvolle wijze waarop met levensbeschouwing wordt omgegaan'', motiveert hij zijn gekwetstheid.

Over het gevoel van gekwetstheid zelf, kan en wil hij niet meer zeggen dan: ,,Ik kan er niet goed naar kijken.'' Hij legt nog uit dat volgens hem Christus geen cultureel erfgoed is dat naar ieders vrijheid creatief mag worden aangewend, maar dat ,,gelovigen hun ziel en zaligheid met hem verbonden hebben''. Heetderks zou het, voegt hij eraan toe ,,ook voor atheïsten verschrikkelijk vinden als ze slachtoffer worden van onfatsoenlijke persiflage''.

Van de Wint weet nog hoe hij voor de eerste keer gekwetst werd door een afbeelding van Jezus aan het kruis. ,,Ik was vijf of zes en kreeg een plaatje onder ogen van een Middeleeuws schilderij met een man aan het kruis waar het bloed met straaltjes uit zijn wonden spoot. Ik werd er fysiek onpasselijk van.''

De atheïstische Van de Wint zegt zich 'voortdurend door gelovigen gekwetst' te voelen, het grofst door de moordenaar van Van Gogh en de 'Geert Makken' die naar aanleiding van de moord opriepen de islam te sparen. Maar hij snapt niet dat gelovigen zoals Heetderks zich gekwetst kunnen voelen door een sketch van Jezus als hond aan de riem die door een moslimhond wordt achterna gezeten. (Heetderks: ,,Ik besef dat het benepen kan overkomen''.)

Van de Wint: ,,Als iemand mijn overtuiging met al dan niet flauwe sketch en dergelijke omlaag probeert te halen, voel ik me niet gekwetst, maar maak ik me daar vrolijk over. Eigenlijk zou het verboden moeten worden dat mensen je zomaar kunnen gaan beschuldigen dat je ze 'nodeloos kwetst'.''

Aanleiding voor de serie is de opkomst in Nederland van de islam in het algemeen en de fundamentalistische islam in het bijzonder, zegt Muntz. ,,Natuurlijk is dat de aanleiding.'' Diep in hun hart hadden de twee best een hard kwetsend programma willen maken, waarin bijvoorbeeld een malle imam stiekem een varkenskroketje te eten krijgt. ,,Maar het klimaat is verpest in Nederland. Niemand zou het nog aandurven om zoiets uit te zenden. Met het relatief brave 'God bestaat niet' hebben we de hedendaagse grens in medialand wel zo'n beetje bereikt.'' Al hebben ze wel iets op het menu kunnen zetten dat sommige moslims in de gordijnen kan jagen. ,,Crombach geeft desgevraagd toe dat extremistische moslims eigenlijk geestesziek zijn en voor behandeling zouden moeten worden opgesloten.''

RVU-serie: 'Submission voor christenen'
Premier Balkenende kwalificeert de RVU-serie 'God bestaat niet' als 'walgelijk' - maar dat is niet strafbaar. ChristenUnie en SGP noemen haar 'ronduit blasfemisch'. Volgens het Nederlands Dagblad schuwen Muntz en Van der Wint 'geen middel om gelovigen belachelijk te maken en God te lasteren'. Het laatste is niet strafbaar, het kwetsen van godsdienstige gevoelens wel ('smalende godslastering'). Veel kans op een succesvolle vervolging is er niet. In het 'Ezelproces' in de jaren zestig stond Gerard (van het) Reve terecht. Hij had een droomvisioen beschreven waarin hij seks had met God in de gedaante van een jonge ezel.

Reve werd vrijgesproken, tot woede van Jan Donner, grootvader van Piet Hein en bedenker van de wet op godslastering. Dat is orthodox- christelijk Nederland niet vergeten: bij de poging om de RVU aan te pakken refereert het Reformatorisch Dagblad niet aan het verloren Ezelproces, maar trekt een andere parallel: 'God bestaat niet' is volgens die krant 'Submission voor christenen'.

Saillant detail: de Bond tegen het vloeken heeft in 1995 getracht Submission- regisseur Theo van Gogh veroordeeld te krijgen. Van Gogh werd in 2004 vermoord wegens zijn aandeel in Submission; Ayaan Hirsi Ali stond als auteur van de film op de dodenlijst van radicale moslims.


Hippocampus

Geloof verdient beproeving

De Duitse filosoof Martin Heidegger heeft precies één televisie-interview gegeven - aan een boeddhistische monnik. De eerste vraag die de monnik hem stelde luidde: "Meneer Heidegger, u heeft uw hele leven lang gezocht naar de zin van het bestaan. Tot welke conclusie bent u gekomen?"

Schitterende, monumentale vraag.

Aan die vraag moest ik denken bij het horen van de openingsvraag die Paul Jan van de Wint in het RVU-programma 'God bestaat niet' stelde aan hersenonderzoeker Dick Swaab. "Waar bent u achter gekomen bij uw onderzoek?

Wie zijn wij?" En even fraai als de vraag was het antwoord van Swaab. "Wij zijn onze hersenen."

Voor mij rechtvaardigde alleen deze glorieuze opening al de uitzending van het programma, waartegen door enkele kleine christelijke partijen door middel van kamervragen een verbod is geëist. Nu zal ook de regering zich erover uit moeten spreken.

Laten we hopen dat dit goed afloopt, anders zouden de programmamakers (naast Van de Wint ook Rob Muntz) wel heel snel gelijk krijgen met hun opvatting dat fundamentalistische gelovigen aan terrein winnen ten koste van een slinkend minderheidje van ongelovigen. De eerste aflevering die na middernacht werd uitgezonden (en bekeken door een minderheidje van 92000 mensen) was nog tamelijk onschuldig, als je bedenkt dat er nog een blote Jezus aan het kruis en een Jezus aan de leiband zullen volgen, maar om dat postpuberale schoolcabaret gaat het toch helemaal niet. De kern draait om gesprekken met wetenschappers, die ieder vanuit hun eigen discipline het geloof relativeren. En geloof relativeren, dat is altijd een gezonde exercitie. Wat is geloof waard, als het niet tegen beproeving bestand is?

Swaab legde het alvast stevig op de pijnbank en lokaliseerde het geloof ergens in de buurt van de hippocampus en de gyrus angularis (voor al uw uittredingen en bijna-doodervaringen), deelterreinen van de hersenen die bij heftige elektrische activiteit zoiets als geloof of een religieuze ervaring produceren. Maar dit is allemaal niet nieuw, er wordt al jaren hartelijk om geruzied. Wel is het aardig om zo'n redenering nog eens eloquent ontvouwd te zien worden.

Weinig nieuws bracht woensdag ook het KRO-profiel van Mohammed B., al is het altijd weer onthutsend te ervaren wat verschillende overheden al over de moordenaar van Theo van Gogh wisten voordat hij toesloeg. De uitzending werd door Philip Freriks wat pretentieus ingeleid. "In 'Profiel' vanavond: Mohammed B.: De zieleroerselen van een jihadstrijder." Zieleroerselen? Jihadstrijder? Aan het woord gelaten werden een jongerenwerker, een oud-leraar, een oud-voorzitter van een buurtvereniging en een deelraadswethouder. Tot welke conclusie ze kwamen liet zich raden. Mohammed B. handelde uit frustratie omdat hij door de samenleving was afgewezen. Want het jongerencentrum waar hij zich zo voor had beijverd was er niet gekomen. Maar verklaren hoe hij van hieruit een verstarde en moordzuchtige gelovige werd, dat kon men niet. Die verklaring ligt misschien niet in een radicale interpretatie van de koran, maar in de celdelingen tussen de hippocampus en de gyrus angularis. Wat daaruit voortkwam was heel wat duivelser dan het verkleedpartijtje van Rob Muntz.

Wim Boevink, Trouw 10 juni 2005